2025: 80 jaar bevrijding De Knipe

Roel Vis – Verzetsman aan de Schoterlandse Jordaan

,,Ik ben zo ontzettend dankbaar dat ik dit werk heb kunnen doen. Het is een grote zegen geweest dat mensen die anders omgekomen zouden zijn, behouden zijn gebleven”, aldus Roel Vis op 4 mei 1995 in café Dikkerboom in De Knipe over zijn verzetsactiviteiten. Om vijftig jaar bevrijding te vieren, waren hij en zijn vrouw Femmie vanuit Canada overgekomen naar De Knipe.

Naar het De Knipe waar hij trots op zei te zijn. Trots, omdat zoveel dorpelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog bereid waren onderdak te bieden aan vervolgden. Trots, omdat het aantal onderduikers er drie keer zo hoog lag als het landelijk gemiddelde. 

Vanaf de Woudsterweg in Heerenveen tot aan Bontebok zaten alleen al 31 Joodse mensen ondergedoken. Andere onderduikers’ zoals Vis mensen omschreef die aan tewerkstelling in Duitsland wilden ontkomen, zaten ,,haast om het andere huis. Ik heb in De Knipe een enorme medewerking gehad. Het was geweldig.”

Zeventien was hij toen hij via zijn werkgever, schoenhandelaar Hendrik Steenwijk, het verzet inrolde. ,,Jij bent jong, in je korte broek lijk je nog geen veertien. Jij kunt Joden uit Amsterdam halen, ze hebben je zo gauw niet in de gaten.” 

En dus ging Vis in zijn korte broek met de trein naar Amsterdam om mensen naar een schuilplaats te leiden in het gebied aan de Schoterlandse Compagnonsvaart. Dit gebied werd vanwege het hoge aantal Joodse mensen dat er verstopt zat ook wel de Schoterlandse Jordaan genoemd. 

Als ‘Fokke Jongsma uit Ureterp’ bracht hij velen in veiligheid, zoals de familie Troostwijk uit Leeuwarden. Hij bracht moeder Lewina, zoon Ben en dochter Julia van het onderduikadres naar een jachthut op een landgoed in Oranjewoud, omdat het verzet ter ore was gekomen dat er een razzia zou plaatsvinden. Vis’ nichtje Janneke Wiegers schreef na de oorlog een jeugdboek, Vechten voor vrijheid, over het ondergrondse werk van haar oom. Deze verzetsactie heeft ze erin opgenomen.

Op twee na overleefden alle mensen die hij liet onderduiken de oorlog. Die twee, een ouder echtpaar uit Amsterdam, had hij ondergebracht in de pastorie van de gereformeerde kerk aan de Meyerweg in De Knipe. Ze zijn diezelfde nacht opgepakt en afgevoerd, door verraad. ,,We hebben ze nooit weer gezien”, vertelde hij in 1995 over hen. ,,Mensen van over de zeventig jaar, die moesten ze nog vermoorden.”

Vis’ illegale activiteiten liepen uiteindelijk in de gaten. Hij at nog wel thuis in de tuinderswoning aan de ds. Veenweg 115, maar slapen deed hij een paar deuren verderop, bij bakker Van der Meer. Uiteindelijk kwam er een prijs op zijn hoofd te staan. Degene die hem in de handen van de Duitsers zou doen belanden, wachtte een beloning van tienduizend gulden.

Het gezin Vis moest nu zelf onderduiken. Terwijl zijn naasten naar familie in Utrecht waren gevlucht, handelde Vis, verkleed als vrouw, nog wat zaken af. Zo bracht hij een lijst met adressen naar verzetskopstuk Hendrik Marcus de Jong in Bontebok, daarna reisde hij zijn familie achterna. In Utrecht zette hij als Mark van der Molen zijn ondergrondse werkzaamheden voort. Hij zou er zijn Femmie ontmoeten.

De bevrijding bracht niet de opluchting, waarop Vis had gehoopt. ,,Toen de oorlog afgelopen was en de mensen hosten en joelden langs de straten, kon ik niet meedoen”, sprak hij op de avond van Dodenherdenking in 1995. Zijn moeder vond dat hij feest moest gaan vieren. Mensen hadden hun leven immers gegeven, zodat zij het feest van de vrijheid konden vieren. Hij ging en liep mee in de optocht. ,,Ik kwam thuis en ben huilend naar bed gegaan. Ik kon niet feestvieren.” 

De voortdurende dreiging en daarmee gepaard gaande spanning speelden hem parten. Zijn ervaringen in de oorlog zouden Vis jarenlang uit zijn slaap houden. De nachtmerries stopten pas toen hij begin jaren tachtig met een aantal gezinsleden naar Canada emigreerde. 

In 1983 ontving Vis het Verzetsherdenkingskruis, in 1997 de Yad Vashem-onderscheiding. 

Tijdens zijn toespraak in 1995 droeg Vis een paar regels uit het gedicht Een volk dat voor tirannen zwicht van H.M. van Randwijk voor: ‘een volk dat voor tirannen zwicht/zal meer dan lijf en goed verliezen/dan dooft het licht’. 

,,Van De Knipe kan niet gezegd worden dat het voor tirannen gezwicht is”, aldus Vis destijds. ,,Ik ben er trots op dat ik in De Knipe geboren en getogen ben.” Roel Vis overleed in 2011 op 86-jarige leeftijd.

Deze plaquette werd op 17 april 2025 onthuld door kinderen van Vis, voormalig onderduiker Ben Troostwijk en burgemeester Avine Fokkens van de gemeente Heerenveen in het bijzijn van onder meer de leerlingen van groep 7 en 8 van de Compagnonsschool.